Ellen Bourne en Grietje Seldenthuis
OBS West in Capelle a/d IJssel heeft de Klas van de Toekomst. Een schoolklas met computerwand, digitale lesmaterialen, een dubbel keukenblok en extra veel ruimte. De school telt vijf groepen 7 die om de beurt vier weken les krijgen in dit moderne klaslokaal. Oók geschiedenisles. “De Trek is uitermate geschikt voor deze manier van lesgeven”, zeggen de leerkrachten Ellen Bourne en Grietje Seldenthuis.
Hoe ziet de Klas van de Toekomst eruit?
“Het is een extra grote ruimte met de nieuwste onderwijstechnieken. Dit biedt leerlingen veel meer uitdaging en mogelijkheden om zelf dingen te ontdekken. Als leerkracht krijg je letterlijk de ruimte om les te geven met veel met beeld en spel. Dat heeft een positieve invloed op het concentratievermogen van leerlingen en op de orde in de klas. Kinderen worden aangesproken op hun meervoudige intelligentie. Het ene kind leert door iets te lezen, een ander door te horen of te doen en weer anderen zijn visueel ingesteld. Het kan hier allemaal en de leeropbrengsten zijn echt groter.”
En De Trek past goed in dit concept?
Ellen: “Ja, wat helemaal klopt aan De Trek is dat leerlingen de tijd echt beleven. Ze zijn bezig zelfstandig oplossingen te zoeken en ze leren te werken in groepen. Dit maakt hen zelfstandiger, waarbij de leerkracht meer in een rol als begeleider optreedt. Leerlingen kunnen zelf bepalen met welke vaardigheid ze werken: meervoudige intelligentie dus!”
Ze vervolgt: “De werkgroep die voor onze school op zoek was naar een nieuwe geschiedenismethode had op de NOT 2009 De trek gezien en was meteen enthousiast. We gaan op school gebruikmaken van coöperatieve werkvormen en De trek sluit daar bijzonder goed op aan. We zijn op onze school gewend klassikaal les te geven, dus dit was wel even een overgang. Zowel voor de leerkrachten als voor de leerlingen. De leerlingen waren meteen enthousiast. Ze waren er heel goed mee bezig en reageerden positief. Het coöperatief werken vinden de leerlingen leuk. Ze waren gewend om geschiedenis te lezen in het lesboek en vervolgens vragen te beantwoorden. Nu overleggen ze in groepjes en moeten ze taken verdelen. Dat vraagt meer discipline van ze. Het is duidelijk merkbaar dat de leerlingen meer betrokken zijn bij het onderwerp.”
Hoe zie je die beleving terug in de klas?
Grietje: “Bijvoorbeeld in een klassengesprek, door het spelen van interactieve computerspellen, het maken van een creatieve opdracht of het presenteren van een werkstuk. In de module Grieken en Romeinen gaan de leerlingen bijvoorbeeld aan de slag met het maken van zwaarden, een gevechtsmasker, voorwerpen van klei en het bakken van brood. Door het maken van werkstukjes integreer je meteen een les handvaardigheid in je geschiedenisles. Maar nog belangrijker: het onderwerp Grieken en Romeinen gaat vooral écht leven voor de kinderen.”
Ellen: “Ook de ICT is echt een verrijking van de methode. Het geeft een nieuwe dimensie aan het lesgeven en je bent op een andere manier bezig met de leerstof. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld begrippen opzoeken in de digitale encyclopedie. En op de educatieve website kunnen ze discussievragen maken, aan de slag gaan met doe-opdrachten, werkbladen maken, verslagen schrijven of gericht informatie zoeken op internet. Dat spreekt leerlingen van nu natuurlijk ook heel erg aan. Ze vinden het alleen wel lastig om de dingen in de tijd te plaatsen. De klassikale tijdbalk is daarbij eigenlijk onmisbaar in de klas.”
En de taakgroepen, werkt dat goed?
Per module worden de leerlingen vanaf stap 1 ingedeeld in vijf taakgroepen. Elke taakgroep ontwikkelt in de loop van de module een zekere deskundigheid over het eigen onderwerp. Dat werkt goed?
Ellen: “Ja, alleen merk ik wel dat veel leerlingen te veel met de specifieke taak van hun taakgroep bezig zijn. Als ze dan bij stap 4 voor de andere groepen moeten samenvatten wat ze hebben geleerd is dat nog wel eens moeilijk. Om dit te ondervangen hebben we nu per groep een mindmap gemaakt. Dat is een visueel schema van de beschikbare informatie, een combinatie van tekenen en aantekeningen eigenlijk. Zo’n schema maakt het makkelijker om nieuwe kennis te onthouden door middel van associaties. Je ziet de informatie als een beeld in plaats van alleen een tekst. Beelden werken goed omdat wij een krachtig visueel geheugen hebben. Je ziet in één oogopslag de belangrijkste begrippen en de onderlinge verbanden. De deskundigen van de verschillende taakgroepen laten we nu een presentatie geven van hun groep via de mindmap. Dat werkt prima!”
