Zelf op onderzoek uitgaan
De Trek leert de leerlingen om historisch onderzoekjes uit te voeren. Vanaf jaargroep 5 biedt de methode in elke module vier onderzoeksvaardigheden aan.
W&H-vragen
Wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe? In De Trek leren de leerlingen zichzelf dit soort vragen te stellen. Ze stellen vragen aan personen uit de geschiedenis én proberen zelf een antwoord te bedenken. Door deze werkwijze kunnen leerlingen zich echt inleven in het tijdvak. In groep 7 en 8 wordt deze onderzoeksvaardigheid toegepast bij bronnenonderzoek.
Woordweb
Kennis verzamelen en die overzichtelijk bij elkaar houden, is heel belangrijk bij geschiedenis. Een woordweb helpt daarbij. Gedurende de eerste stappen van een module leggen de leerlingen een woordweb aan. Zo krijgen ze een overzicht van wat zij weten of van wat zij belangrijk vinden.
Vergelijking
In elke module vergelijken de leerlingen tijdvakken met elkaar en stellen ze overeenkomsten en verschillen vast. In groep 5 en 6 vergelijken ze het heden met de periode die tijdens de module behandeld wordt. In jaargroep 7 en 8 vergelijken de leerlingen het tijdvak van de module met andere tijdvakken. Daarnaast passen zij deze onderzoeksvaardigheid in jaargroep 7 en 8 toe bij bronnenonderzoek.
Verbeelding
De leerlingen voeren in elke module een creatieve opdracht uit. Het voordeel hiervan is dat zij het betreffende tijdvak vanuit een andere invalshoek benaderen. Vervolgens presenteren de leerlingen het resultaat van hun opdracht aan de rest van de klas. Op deze manier leren ze van elkaar.
